Lange termijn effecten van chondroïtine sulfaat op artrose aan de knie
Aan het begin van dit jaar (februari 2009) is de uitkomst van een grootschalig onderzoek naar de voedingsstof chondroïtine sulfaat gepubliceerd. Chondroïtine sulfaat wordt in diverse West-Europese landen gebruikt als geneesmiddel bij artrose. Net als het eerder besproken glucosamine sulfaat .
De hoofdtitel van dit recente onderzoek luidt: ‘Long term effects of chondroitins 4 and 6 sulfate on knee osteoarthritis’.
De Franse arts en onderzoeker André Kahan en zijn collega’s gaven hun onderzoek de subtitel ‘The Study on Osteoarthritis Progression Prevention, a two-year, randomized, double-blind, placebo-controlled trial’.

Kan chondroitine het dunner worden van het kraakbeen bij artrose tegengaan?
STudy on Osteoarthritis Progression Prevention wordt toepasselijk afgekort tot STOPP. Het primaire doel van het ‘STOPP’ onderzoek is namelijk vast te stellen of chondroitine de voortgang van artrose kan stoppen of vertragen!
De STOPP vraagstellingen op een rij:
-
Kan chondroïtine sulfaat het dunner worden van het kraakbeen als gevolg van artrose afremmen?
-
Kan chondroïtine de pijn als gevolg van artrose verminderen?
-
Hoe goed wordt chondroïtine verdragen?
Zoals bij elk goed uitgevoerd onderzoek, zijn de patiënten verdeeld in groepen. In het geval van het STOPP onderzoek gaat het om twee groepen:
-
De zogenaamde ‘experimentele’ groep is 309 patiënten groot. Deze groep krijgt 800 milligram chondroitine sulfaat. De chondroitine is een extract van runderkraakbeen.
-
De zogenaamde controle groep bestaat uit 313 patiënten. Zij krijgen een placebo: een niet-werkzaam middel dat niet te onderscheiden is van chondroïtine.
Om ‘valsspelen’ te voorkomen is het onderzoek dubbelblind uitgevoerd. Dat wil zeggen dat zowel de patiënten als de artsen tijdens de gehele duur van het onderzoek er niet van op de hoogte zijn of ze chondroitine krijgen of het placebo.
Enkele details van het STOPP onderzoek van André Kahan en collega’s:
-
STOPP is een lange termijn onderzoek. De looptijd bedraagt 2 jaar.
-
Ter bepaling van de dikte van het kraakbeen, worden röntgenfoto’s gemaakt bij aanvang, na 12, 18 en 24 maanden.
-
Het onderzoek is groots opgezet; patiënten komen uit Frankrijk, België, Zwitserland en Oostenrijk.
-
Deze grootschalige opzet is nodig om patiënten te vinden die niet veel van elkaar verschillen. Zo is het mogelijk om het effect van chondroitine zuiver te kunnen meten.
-
Alleen mensen met artrose aan de binnenzijde (mediaal) van het kniegewricht zijn geselecteerd.
-
De patiënten zijn tussen 45 en 80 jaar en hebben aangeven minimaal de laatste 3 maanden kniepijn te hebben gehad die aangeduid kan worden met minimaal ‘3 op een schaal van 10′.
-
Zogenaamde ’storende variabelen’ zijn buitenspel gezet. Storende variabelen omvatten bijvoorbeeld kalkafzetting in de knie, heupartrose, artrose van de knieschijf, artrose aan de buitenzijde van de knie (lateraal), afwijkingen aan bloed, lever, nieren, hart etc.
Goed opgezet artrose onderzoek
Vaak is het zo dat er in onderzoek veel variatie bestaat tussen proefpersonen. Dat maakt het moeilijk om goed het effect van bijvoorbeeld een geneesmiddel te meten. Wetenschappers noemen de sterk wisselende uitslagen tussen proefpersonen ook wel ‘ruis’. De werking van een geneesmiddel waarnaar men op zoek is, ‘verdwijnt’ in die ruis.
Voor sommige proefpersonen kan een geneesmiddel goed werken terwijl een ander misschien geen effect merkt of juist een verergering van klachten doormaakt. Zo’n ‘afwijking’ kan onafhankelijk zijn van het geteste geneesmiddel. Het kan veroorzaakt worden door een (soms unieke) ‘eigenschap’ van de proefpersoon (bijvoorbeeld een proefpersoon heeft behalve knieartrose ook artrose aan de knieschijf). Men spreekt dan van een ’storende factor’ of ’storende variabele’.
Storende variabelen kunnen een onderzoek waardeloos maken. Het gebeurt wel eens dat hierdoor geen duidelijk effect meer gemeten kan worden.
Er zijn overigens statistische trucjes om uit dergelijke ‘rommelige’ metingen toch een effect te filteren. Maar dit wordt door wetenschappers als ‘ niet netjes’ gezien. Rommelen met rommel levert geen goed onderzoek op!
André Kahan en collega’s, zijn echter zorgvuldig te werk gegaan. Zij hebben een goed vergelijkbare groep patiënten gecreëerd door middel van de eerder genoemde maatregelen. Hierdoor is het mogelijk geworden om het effect van chondroitine sulfaat heel goed in kaart te brengen!
De voornaamste uitkomsten van het artrose onderzoek:
-
De groep met het niet werkzame placebo verliest in twee jaar tijd gemiddeld 0,31 millimeter aan kraakbeen in het kniegewricht.
-
De experimentele groep die 800 mg chondroitine krijgt, verliest gemiddeld 0,07 millimeter kraakbeen. Dat is ruim 4 maal minder slijtage met chondroïtine! Het is vergelijkbaar met wat eerder voor glucosamine is gevonden.
-
Door de zuivere opzet van het onderzoek is het bovenstaande verschil vrijwel onomstotelijk. De kans dat de uitkomst toevallig is, bedraagt 1 op 10.000, terwijl 1 op 20 normaal gesproken als voldoende bewijs wordt gezien (’statistisch significant’).
De slijtage waarover hierboven gesproken wordt is een gemiddelde. Niet iedereen heeft er in gelijke mate last van. Als een proefpersoon meer dan 0.25 mm slijtage ondervindt wordt in dit onderzoek gesproken van progressie van de artrose (’radiographic progression’).
-
In de placebo groep is bij 41% sprake van progressie van de artrose; het kraakbeen wordt bij hen meer dan 0.25 mm dunner.
-
In de chondroitine groep had slechts 28% van de mensen last van dunner wordend kraakbeen. Voor hen heeft chondroitine de artrose gestopt.
-
De kans dat dit gevonden verschil op toeval berust is 1 op 2000.
-
De waarde van 0.25 mm lijkt enigszins arbitrair. Als men 0.05 mm als grens voor slijtage instelt, dan is er bij respectievelijk 58% en 45% sprake van progressie van de artrose. De kans dat dit verschil op toeval berust is nog 1 op 500.
Ik heb artrose aan mijn knie. Wat is de kans dat chondroitine mijn artrose stopt?
Als we het stoppen van slijtage stellen op 0.05 mm slijtage of minder, dan zien we dat dit het geval is bij 42 procent van de placebo patiënten (100% – 58%). Het uitblijven van slijtage bij hen is mogelijk doordat artrose niet altijd in gelijke mate voortschrijdt. Soms is er enkele jaren geen sprake van slijtage.
Bij de mensen die dagelijks 800 mg chondroitine kregen, had 55% geen slijtage (100% – 45%).
Chondroitine zorgt hier voor een verschil van 13 procentpunt in het wel-of-niet optreden van slijtage. Anders gezegd: als een groep van 100 mensen 2 jaar lang 800 mg chondroitine per dag gebruikt, zal bij 13% van de mensen de artrose daardoor gestopt worden. Dat is ongeveer bij 1 op de 8 mensen.
Dit getal van acht wordt ook wel ‘number needed to treat’ genoemd. Elk getal tussen 20 en 50 wordt gezien als een medische doorbraak. Ter vergelijking: een cholesterolverlager heeft over een periode van enkele jaren een ‘number needed to treat’ van 100. Als 100 mensen het middel slikken zal 1 persoon in die tijdsspanne geen hartaanval of beroerte krijgen.
Pijnvermindering door chondroitine
Chondroitine lijkt op het vlak van pijn minder goed te werken dan glucosamine . Zoals eerder aangegeven is de relatie tussen gewrichtspijn en de staat waarin het kraakbeen verkeert, geen duidelijke 1 op 1 relatie. Uit het STOPP onderzoek blijkt dit ook.
-
Ondanks duidelijke positieve effecten op het kraakbeen, vermindert chondroitine alleen op korte en middellange termijn (1 – 6 maanden) de pijn.
-
Na 1 en 2 jaar is er geen duidelijk verschil in pijn tussen placebo en chondroitine.
Het gebrek aan een pijnstillend effect kan volgens André Kahan en zijn collega’s verklaard worden. Bij aanvang van de studie is gekozen voor mensen met duidelijke klachten. Maar omdat pijnklachten bij artrose van nature nogal variëren, is de kans groot dat deze na een hevigere periode ook weer afnemen.
Doordat de proefpersonen een relatief grote mate van pijn hadden bij aanvang, is een gemiddelde afname te verwachten. In dit onderzoek geldt dat na 2 jaar, gemiddeld genomen, alle proefpersonen relatief milde pijnklachten hadden. Blijkbaar is chondroitine niet in staat deze milde pijnklachten helemaal weg te nemen.
Daarentegen, bij aanvang van het onderzoek, zorgt chondroitine voor een relatief snelle afname van pijn ten opzichte van placebo. Men zou kunnen concluderen dat chondroitine vooral werkt tegen slijtage. Tegen pijn werkt chondroitine mogelijk pas als deze het niveau ‘mild’ ontstegen is.
Bijwerkingen van chondroïtine
Tot slot de informatie over de mogelijke bijwerkingen die chondroitine kan veroorzaken. Uit het STOPP onderzoek is gebleken dat chondroitine bijzonder mild is.
-
Patiënten hebben aangegeven of zij de behandeling slecht, redelijk, goed of heel goed verdragen.
-
Chondroitine is door 94% bestempeld als goed tot heel goed te verdragen.
-
Voor placebo is dit percentage 93%.
-
Er zijn geen statistische verschillen gevonden in bijwerkingen.
-
De meeste bijwerkingen zijn mild en van voorbijgaande aard.
-
6% van de chondroitine groep en 5.9% van de placebo groep heeft in enige mate last van maag of darmen ervaren.
-
In beide groepen heeft 5% van de proefpersonen zich teruggetrokken uit het onderzoek vanwege bijwerkingen.
Tot slot
Bij mensen met artrose kan de dagelijkse inname van 800 mg chondroitine sulfaat van runderkraakbeen de gewrichtsslijtage 4 maal trager laten verlopen. Bij 1 op de 8 mensen is er zelfs sprake van het stoppen van slijtage.
Gezien de veiligheid van chondroitine is het een eerste keus behandeling bij artrose. In diverse West-Europese landen is chondroitine dan ook geregistreerd als geneesmiddel.
In het meeste onderzoek naar het gebruik van chondroitine bij artrose wordt overigens een dagelijkse dosering van 1200 mg chondroitine gebruikt. Ook deze dosering is veilig en effectief bevonden (bespreking in volgende artikelen).
Comments are closed.